keyboard_arrow_leftAlle updates

Benchmark Gemeentelijk Vastgoed 2020

De benchmark laat zien dat gemeenten nog voor een grote verduurzamingsopgave staan.

Republiq
Republiq
Geschreven door Ingrid Janssen
22/09/2020
Publicatie downloaden Marktrapportage Benchmark Gemeentelijk Vastgoed 2020

Per 1 januari 2023 moet elk kantoorpand ten minste een C-label hebben. Slechts 36% van de panden die nu voor ambtelijke huisvesting worden gebruikt, voldoet aan deze norm. Monumentale panden zijn hierin niet meegenomen. Ten opzichte van 2018 (28%) is dit een flinke stijging, maar het tempo ligt nog niet hoog genoeg om de norm van 2023 te halen. 

Panden die in 2023 niet aan deze norm voldoen, mogen volgens de regelgeving niet langer als kantoor worden gebruikt. Dat gemeenten wel volop bezig zijn met verduurzaming, blijkt uit de hogere kosten voor planmatig onderhoud. Deze verbeteringen in energieprestaties zien we nog niet terug in de registraties van labels.

Leegstand laag, risico hoog

Naast verduurzaming geeft de benchmark inzicht in leegstand van gemeentelijk vastgoed. Deze is met 3,6% laag te noemen, zeker vergeleken met commercieel vastgoed. Veel van de leegstand is terug te voeren naar panden die bij gemeenten op de verkooplijst staan, of leegstaande panden die verworven zijn met het oog op een herontwikkeling. Als we deze panden buiten beschouwing laten, is het leegstandspercentage slechts 1,7%. De peildatum voor het meten van deze leegstand was 1 januari 2020. De effecten van de coronacrisis zijn hierin nog niet zichtbaar. Met name de cultuursector leunt op het gebruik van gemeentelijke panden. De risico’s voor leegstand en huurderving zijn als gevolg van corona groot.

Samenwerking met TIAS

Het onderzoek, een samenwerking van TIAS School for Business & Society en Republiq, is dit jaar voor de vijfde keer uitgevoerd onder 21 grote gemeenten die samen bijna een derde van het gemeentelijke vastgoedbezit vertegenwoordigen. De benchmark toont naast prestaties op duurzaamheid en leegstand ook de prestaties op onderwerpen als onderhoudskosten en huurderstevredenheid.